Als je van boven naar beneden op het plein kijkt, is het net of je een dans ziet, met op elk moment van de dag andere dansers. ’s Ochtends de mensen die naar hun werk gaan en de kinderen naar school. In de loop van de dag de oudjes met hun boodschapjes. De postbode. Soms een taxi, om iemand op te halen en weer terug te brengen. Aan het einde van de dag de jongeren die rondhangen. En op zondag de kinderen met hun kinderen, op bezoek bij opa en oma.
Ik woonde als kind in Elden, hier net over de dijk. Ik weet nog dat ik als kind over de slootjes sprong waar nu hier de flats staan. Er stond niks, niks, helemaal niks, alleen velden en slootjes. En aan de einder boerderij Kronenburg. Die hadden koeien. Maar zo ver mocht ik niet komen van mijn moeder. Ja, dat had ik toen niet kunnen bedenken, dat ik er ooit oud zou worden. In een flat!
Toen we hier kwamen wonen was het echt een nette flat. Ja…! Je werd gekeurd hoor! Of je wel netjes was! Ik weet niet meer precies hoe dat in zijn werk ging, maar het gebeurde wel! Iedereen zei het. Echt, er woonden alleen nette mensen. En wij waren ook trots dat we hier mochten wonen. Zeker wel, dat wás ook echt iets om trots op te zijn. Niet dat dat nou niet meer is. Maar het is toch anders geworden. Anders.
Als het helder weer is, dan kijken we vanuit ons raam zo op Nijmegen. We zien de auto’s daar over de brug rijden. En de toren van Elst! Vroeger zagen we daarop hoe laat het was. Nee…nou niet meer! Al lang niet meer. Maar ach…zo vaak hoeven we nou ook weer niet te zien hoe laat het is, he? We hebben de tijd, tegenwoordig. Ja.
Toen we hier net kwamen wonen, lagen aan de overkant de weiden en de velden. Wij kwamen uit de stad. We hebben dagen voor het raam gezeten om naar de koeien te kijken. Met mooi weer, als we de ramen open hadden, konden we ze hier boven horen grazen. Ik vind het nog steeds jammer dat ze weg zijn, die koeien.
Och jee! Vroeger waren er veel clubs! Van alles! Mijn man heeft de biljartclub opgezet. En de dart club. En ik deed de bingo. Mét de kantine. Dat liep goed hoor! Vijftig cent voor een kopje koffie, en van de opbrengst van al die kopjes koffie kochten we dan nieuwe spullen om de gemeenschapsruimte wat op te vrolijken he? Vaasjes. Nieuwe tafelkleedjes. Dat soort dingen. En op zeker moment hebben we zelfs een nieuw biljart gekocht. Een echt dure. Ja, mijn man kon heel goed biljarten, dat zeiden ze allemaal.
Ik zit op de knutselclub. Elke woensdagochtend, heel gezellig, met tien dames. Ja, allemaal dames. Het meest wat we doen is kaarten maken. Kijk, hier…ik heb een hele doos vol. Daar kan ik nog jaren mee vooruit, ik weet echt niet aan wie ik ze allemaal moet versturen. Mijn man zegt: “zou je nou niet een keer ophouden met dat kaarten geknutsel? Die krijg je nooit meer verstuurd! “ Maar dat kan mij niet schelen, ik knutsel gewoon door! Elke woensdag ja, ik zou het niet willen missen.
Een keer was er hier een keer een markt op het plein. Een soort van rommelmarkt, ja. Met echte marktkraampjes. Dat was gezellig! En druk dat het was! Ik weet nog dat ik dacht: ik hoop dat ze dat volgend jaar weer doen. Maar het jaar daarna was het niet meer. Waarom? Ik weet het niet, maar daarna is er nooit meer zo’n markt geweest. Stilte. Jammer eigenlijk. Ik weet ook niet waarom.
Toen was het café er nog! Heeft niemand je dat nog verteld? Och jee! Dat was me wat, dat café. Dat was waar nou dat ..hoe heet dat…iets voor kinderopvoeding zit, daar beneden. Maar eerst was daar dus een café. Altijd herrie. En een kabaal! En op zondag was het Vitesse café. Ja, nou, dan weet je het wel! Of ze nou gewonnen hadden, of verloren…altijd herrie. En een kabaal!
Het fijnst? Dat ik zo met mijn rollator, hup, winkelcentrum Kronenburg in kan. En daar is altijd wel wat te doen he? Soms hoef ik echt geen boodschap te doen hoor. Maar ja, dan heb ik de hele dag nog niemand gezien, en dan denk ik: “weet je wat, maak ik toch even een ommetje door Kronenburg?” En dat kan dan he? En meestal doe ik dan toch even een boodschap. Heb ik dat ook weer gedaan.
Toen we hier kwamen kijken, mijn man en ik, wisten we het meteen: hier willen we wel wonen! Waarom? Ja, waarom? Mijn zus woonde er al, en die had het prima naar haar zin. En het was allemaal mooi, mooi onderhouden, echt een nette flat. En ruim, en allemaal wat oudere dames en heren, net als wij, heel rustig. Ja, je moest boven de 55 zijn, anders kwam je er niet in. Maar nog wel voor je zelf kunnen zorgen, he?
Als op zondag Vitesse voetbalt, en het is mooi weer en het dak staat open…nou, reken maar, dan hoor ik het allemaal! Ik kijk er bijna zó naar binnen! Ik weet precies hoeveel het is geworden, daar hoef ik s‘ avonds de tv niet meer voor aan te zetten. Maar die popconcerten, of hoe dat ook mag heten, dat is erger! Daar kan ik soms echt niet van slapen. En als het dan afgelopen is, midden in de nacht! Een herrie! Nee, dat is niet zo leuk…
Vroeger kende ik heel veel mensen van hier de flat. Heel veel. En we kwamen ook wel bij elkaar op visite. Om te kaarten. Of om bij elkaar tv te kijken. Ja, dat deed je dan nog, he? Maar dat doen we niet meer. Tja, hoe gaat dat…je wordt een dagje ouder, je hebt niet altijd zin meer om er op uit te gaan, je hebt wel eens vaker een griepje, blijft een dagje binnen, en voor dat je het weet zie je eigenlijk niemand meer. Zonder dat je het door hebt, ja.
Ja, ik woon op de hoogste verdieping. Niet vanaf het begin hoor! Nee, in het begin woonde we op de vijfde. Maar mijn man die was amateur radio ontvanger. Kijk, het staat er nog allemaal, ik kan het nog steeds niet weg doen. Ik weet bij God niet hoe het allemaal werkt. Dat was echt zijn ding, he, dat met die radio’s. Mijn man heeft net zo lang de deur bij de huisbewaarder platgelopen, tot we konden verhuizen naar de twaalfde. Vanwege de antennes, dat ging hier veel beter. De hele wereld kon ‘ie ontvangen. De hele wereld.
Weet je wat nou jammer is? Dat ze de ramen zo hoog hebben gemaakt. Dat is zo jammer. Als je gewoon in je stoel zit, kun je niet door het raam naar buiten kijken. Heb je niks aan dat hele uitzicht. Dat is toch vreemd? In het begin heb ik het nog geprobeerd met extra kussens. Maar dan moest je er wel vier in je stoel leggen. Dikke dan he? Moest je uitkijken dat je niet uit je stoel viel. Nee. Nu ben ik eraan gewend, ga ik gewoon een tijdje voor het raam staan als ik wat wil zien. Zolang het nog kan. Maar het blijft vreemd, van die ramen.
Iedereen is een beetje op zichzelf. Ik ken ook bijna niemand meer. Nog wel van de galerij hier. Hoewel, ook niet iedereen meer. Je houdt het niet meer bij he? Op een gegeven moment denk je: het zal wel. Dan zorg je dat je eigen huis een beetje op orde blijft. En je eigen kinderen he? En de kleinkinderen. Daar doe je het voor. Ja, die vinden het hier heel leuk. Lekker hoog. De een met de lift op en neer naar beneden, en de ander met de trap. En wie er dan het eerst is. Dat vinden ze leuk hoor! Krijg je als je zelf op de grond woont.
Het fijne aan hier wonen is toch dat je altijd wel wat ziet gebeuren, hier beneden op het plein. Niet veel, en niks bijzonders hoor. Maar toch…er loopt altijd wel iemand. Of er gebeurt wat. En ook al ken je die mensen niet, voor je gevoel ben je niet echt alleen. Vind ik dan he? Ik kwam van een huis in Arnhem Zuid. Daar kon je een hele dag voor het raam zitten, was er niemand langs gekomen. Nee, dat is hier echt anders. Ik heb leven om me heen nodig.
Als je het aan niemand doorverteld…nee, gekkigheid! Ik heb kennis gekregen aan een hele aardige man, hier van de verdieping boven. We kennen elkaar al lang hoor, al heel lang! Van toen mijn man er nog was, en hij had ook gewoon nog zijn vrouw. Zaten we in dezelfde kaartclub. Eerst is zijn vrouw overleden, ietsje later mijn man. En toen hebben we echt steun aan elkaar gehad. En van het een komt het ander he? Nee, we gaan niet meer trouwen! Wij zijn modern! Wij wonen apart samen.
Ja, bingo! Dat is er heel lang geweest. Ik denk wel één keer in de twee weken. Nou, en dat ging er op hoor! Fanatiek! Maar er waren ook hele mooie prijzen te winnen, dat moet ik wel zeggen. Een fles wijn. Een stropdas. Doos sigaren. Dat was meer voor de mannen he? Om die ook mee te krijgen. Maar ook andere dingen hoor! Een mooie kop en schotel. Een gratis beurt voor bij de kapper hier op het plein. Een stapel tijdschriften. Dat soort dingen.
Als het erop aankomt help je elkaar, dat geloof ik wel. Ik kende heel lang mijn buren niet. Ik wist wel dat het Surinaamse mensen waren. Of Antilliaanse, ik weet niet meer. Een moeder met twee grote kinderen. Op een avond belt die mevrouw aan, helemaal overstuur, heeft haar zoon een aanval van het een of ander. Dan denk je niet na, dan help je. Ik heb de 112 gebeld, en meegereden naar het ziekenhuis enzo. En daarna heb ik een tijdje gekookt voor ze. Gaf ik over het balkon door. Dat was het makkelijkst.